Interview

Week oude boek

De Week van het Oude Boek is niet volledig zonder taxateur Arie Molendijk aan het woord te laten. Deze ultieme liefhebber en kenner van het oude boek viert op 19 december het jubileum van 1500 uitgevoerde taxatiemiddagen. Hebban vroeg hem naar waardevolle en waardeloze boeken, vreemde ervaringen en vroeg zijn advies voor de verzorging van het oude boek.

Hoe lang ben je al taxateur en hoe rol je in een beroep als dit?
Sinds 1997 ben ik als taxateur begonnen en actief sinds 2001. Ik ben tussen de boeken opgegroeid. Vader was een gewone boer, daarbij een ontwikkelde man gezien zijn mooie collectie oude boeken. Antiquaar Hans van den Tol uit Dordrecht zei vroeger tegen mij: Je vader weet wat hij koopt. Dus van vader op zoon. Zo ben ik er ingerold.

 

Denk je dat het een uitstervend beroep is of zijn er ook nog wel jongelingen die dit werk doen?
Ik denk dat ik de jongste ben van de zeer weinigen die ik ken. Ik ben de enige die er volledig mijn beroep van heeft kunnen maken.


Waar komt je eigen liefde voor het oude boek vandaan?
Van mijn moeder weet ik dat ik in de box intensief bezig was met oude kranten. Op mijn manier zat ik ijverig hardop te lezen in een onverstaanbaar taaltje. Ik stapelde en rangschikte de kranten … In de voorkamer van onze oude boerderij stond de enorme bibliotheek van vader. Niemand mocht daarbij komen. Stiekem kroop ik ernaartoe en tekende diverse titelpagina’s na van boeken zo rond 1600 in rood en zwart. Voordat ik op de lagere school zat kon ik al oude drukletters lezen. Prachtig vond ik het om tussen al die oude perkamenten boeken te snuffelen. Soms dacht ik echt te leven in die tijd. (Kerk)geschiedenis en theologie een lust om ermee bezig te zijn.

Je doet (organiseert) vaak taxatiemiddagen waarbij mensen met hun oude boeken langs kunnen komen om te kijken of het iets waard is en ook om interessante achtergronden te ontdekken over hun boeken. Wat is het boek dat je het meeste tegenkomt, is het de bijbel in allerlei vormen en maten?
Correct. De bijbel zie ik in allerlei vormen en maten het meest. Op een taxatiemiddag zie ik vrijwel meer bijbels dan mensen. Soms denk ik wel eens dat er meer bijbels in ons landje zijn dan mensen. Onlangs kwam er een mevrouw binnenrijden met een winkelwagen vol bijbels, oud en nieuw echter zonder waarde. Het zilver en goud als beslag was er afgehaald. Ze was net bij een goudopkoper geweest en dacht dat haar verminkte bijbels ook nog wel een fortuin op zouden brengen. Helaas … Daarnaast kom ik heel veel (school)atlassen tegen. Vooral de Bosatlas. Als ik op zo’n dag geen bijbel of atlas zie, is er niemand geweest.

Welk soort boek wil je liever niet meer uit een tas zien komen op zo’n dag?
In principe zijn alle oude boeken welkom. Veelal hebben de boeken voor de eigenaar een emotionele waarde. Al is het niets waard, toch blijf ik vriendelijk en leg ik het ook uit waarom hun boek weinig of niets waard is. Soms moet ik het twee of drie keer vertellen eer het doordringt … “want de buurvrouw zag een zelfde boek op het programma ‘Tussen kunst en kitsch’ en meneer ziet u eens mijn bijbel is uit 1910 en is dus antiek 105 jaar oud … ziet u meneer! U kunt toch lezen?”.

Om nu te zeggen dat ik bijbels en atlassen liever niet uit een tas zie komen … je weet maar nooit wat er tussen zit. Om toch deze vraag te beantwoorden. Alstublieft geen romannetjes, encyclopedieën en hedendaagse woordenboeken.

Naast de taxatiemiddagen, wat doe je nog meer met oude boeken? Restaureer je ook?
Lezen, onderzoeken, beschrijven van boeken en verzamelen. Restaureren alleen oude waardevolle boeken in perkament en leder. De laatste jaren restaureer ik alleen met oud materiaal. Wat een boekbinder weggooit aan oud papier, leer- en perkamentresten herbruik ik (gebruik ik opnieuw). Een boekbinder is namelijk geen restaurateur. Vroeger maakte ik het boek mooier dan het was met nieuw materiaal. Vreselijk. Gelukkig heb ik geleerd: oud met oud!!. Ieder boek heeft weer een andere aanpak nodig. Ik kom soms boeken en bijbels tegen die door een erkend boekbinder zogenaamd zijn gerestaureerd. Ik word er misselijk van als ik dan een nieuwe band zie. Een foto van de oude band laat soms zien dat er nog een kapotte band omheen zat. ‘Lelijk he meneer, dit is toch netjes opgeknapt, hè’ hoor ik dan zeggen. Ja dan steek ik maar voorzichtig van wal dat het boek met die kapotte band in perkament of leder meer waarde zou hebben dan nu met die nieuwe band en het afgesneden boekblok. De oude band had nog behouden kunnen worden. Zo zag ik ooit een Statenbijbel uit 1657, de zogenaamde revisiebijbel met de zeldzame kaarten van Petrus Plancius en los achterin nog een paar handingekleurde kaarten van Claes Janz. Visscher uit 1643. Ik dacht eerst dat het een nieuwe bijbel was. Een nieuwe lederen band. Boekblok afgesneden … tot in de kaarten. Kaarten beplakt met een soort tape en de resterende kaarten van Visscher de marges er afgeknipt en met hele felle kleuren bijgekleurd. ‘Netjes he meneer’ Ik vroeg wat dat allemaal niet had gekost. 2000 euro …

Het valt dan niet mee om de eigenaar te vertellen dat deze bijbel voor die zogenaamde restauratie heel wat waarde zou hebben en nu eigenlijk bijna niets meer. Daarbij komt nog dat de bijbel verzekerd was door een kenner voor 10.000 euro.

Wat is een ‘gesloten antiquariaat’?
Geen bezoek aan huis. Ik ben eigenlijk meer een reizend taxateur. Mijn voorraad is beperkt.

Hoe zou je je beste stukje voorraad of je meest interessante titel willen aanprijzen?
Zeldzaam, origineel en compleet. Dat is de kracht om het goede en betere boek te verkopen.

Wat is je meest geweldige ontdekking ooit geweest als taxateur?
Een vraag die ik altijd krijg met een interview. Daar kan ik heel wat over vertellen. Jaren geleden kwam ik een enorme grote atlas tegen. Ongeveer 100 x 75 cm en zeker 20 cm dik. Het bleek een verzameling bij elkaar ingebonden kaarten op een lip, deels afgedrukt in ‘koper’ en de meesten met de hand gemaakt en prachtig handingekleurd zelfs met goud. Daterend vanaf 1580 tot ca. 1700. De kaartenmakers voor zover ik nog weet, waren Blaeu, Janssonius e.a. De rest vermoedelijk nagetekend? De band van leder was rijk bestempeld met goud alsmede het boekblok.
Daarnaast drie keer een getijdenboek, waarvan 2 incompleet en 1 in het Nederlands puntgaaf van ca. 1400. Gezien de versieringen in de marge hoogstwaarschijnlijk gemaakt in een der hanzesteden.

En vergeet niet de handgeschreven bijbel, waar prof. August Den Hollander in de VU een boeiend stukje over geschreven heeft, dat te lezen is op mijn website.

Wat is het raarste verzoek, opdracht of ervaring die je je kunt herinneren in je taxatiewerk?
Ooit kwam er een zeer devote dame aan de taxatietafel. Gekleed in diep zwart met 3 puntgave perkamenten boeken van Simon Oomius uit Kampen. Werken die ik nog nooit zo mooi gezien had. Met een ernstig gezicht vroeg mevrouw of ik bereid was die akelige witte banden er af te halen om er vervolgens zwarte banden om te doen. Ik keek mevrouw goed aan en zei dat ik dan een cultuurbaarbaar zou zijn. Ze begreep er niets van. ‘Meneer, als u het niet wilt doen ga ik naar een ander of ik verf ze zwart. Dat deed mijn vader vroeger ook.’ Toch probeerde ik de boeken nog te redden door een waarde te bepalen, en of mevrouw ze niet zou willen verkopen. Helaas. De boeken gingen weer de tas in en mevrouw schreed met gebogen hoofd zonder iemand te groeten naar buiten. Ik had een nare dag …
Nog een leuke ervaring in Friesland. Een oude man kwam al puffend en hijgend binnen met 2 loodzware werken van vader Cats, onder iedere arm een. Vermoeid liet de man de boeken vallen op de tafel. Een uitgave van 1862, bewerkt door Dr J. van Vloten met staalgravures van Kaiser. Toen mijn collega Ab van der Steur (overleden in 2012) voorzichtig vertelde dat deze Cats niet zoveel waard was dan de originele uit 1655 en ’58 bleek dat het mannetje niet kwam voor een taxatie, maar met een verhaal. ’s Avonds als ik naar bed ga zo zei de man, dan gebruik ik ze als opstapje om in de bedstee te klimmen … Het was goed te zien. De bovenste platten waren al duidelijk afgesleten. Ab zei nog tot behoud van het boek om er voortaan maar een kleedje op te leggen alvorens meneer deze klimpartij weer zou doen.

Nog een laatste anekdote vanuit Brabant. Wederom een bejaarde man, maar nu met een verfomfaaide Statenbijbel zwaar incompleet. Het boek Genesis en een stuk van het 2e boek Exodus waren er uitgescheurd… Eigenlijk niets meer waard. Maar nu het verhaal. Op het laatst van de Tweede Wereldoorlog ontbrak er toiletpapier. Papier werd steeds schaarser. De statenbijbel die ergens in de boerderij lag werd door de duitsers meegenomen en op het ‘huisje’ (een zogenaamd houten toilet buiten) gelegd en de bladen werden gebruikt als toiletpapier. Ze zijn met het eerste bijbelboek Genesis begonnen, dat betekent ‘wording’ of ‘het begin’. Naarmate het einde van de oorlog meer in zicht kwam werden de duitsers steeds zenuwachtiger en gingen steeds meer naar het huisje zodat het boek Genesis aan het einde kwam en men begon met scheuren in het boek Exodus. En daar is het bijgebleven. Want Exodus betekent UITTOCHT. De oorlog was voorbij en de duitsers vluchtten terug naar Duitsland.

Hoe kunnen mensen het beste voor hun (oude) boeken zorgen?
Gewoon droog bewaren en licht, koude en warmte vermijden.

Zijn er nog veel verzamelaars en kopers van oude boeken?
Gelukkig nog wel. Hoewel de verzamelaars meest oudere mensen zijn, komen er af en toe nieuwe en jonge verzamelaars bij.
Of denk je dat er ooit een tijd komt dat alles digitaal is opgeslagen en de werkelijke exemplaren de papierbak ingaan?

Laat maar niemand dat horen. Het oude boek gaat niet verloren. Een echte boekenliefhebber heeft liever een echt boek in handen, en wil zelfs soms niets hebben van een reprint of facsimile.

Wat zou je willen zeggen tegen de mensen die nog nooit een antiquariaat binnen zijn gestapt? Wat missen ze precies?
Een echte boekenliefhebber gaat als het kan zelf naar een antiquariaat of veiling. Als je thuis voor de computer koopt mis je zoveel, zoals de geur, de sfeer en het in handen hebben van het boek. Ik bedoel daarmee de echt zeldzame boeken.

Wat lees je zelf graag?

Eigenlijk van alles. Het liefst de vroege kerkvaders, oude theologie 16e tot 18e eeuws, waaronder het liefst de puriteinen. Daarnaast onderzoek ik ook graag allerlei andere godsdienstige stromingen, (kerk)geschiedenis, (vak)literatuur en boeken over boeken, dat zijn naslagwerken die ik nu eenmaal nodig heb in dit vak.

En stap je zelf graag ook ‘nieuwe’ boekwinkels binnen of liever alleen antiquariaten? Speur je zelf antiquariaten en/of kringloopwinkels af op zoek naar geweldige vondsten?
Ik reis veel en bijna op ieder station stap ik in een Brunawinkel, om te zien wat er zoal te koop is. Het liefst duik ik in een rommelig antiquariaat. Vroeger was ik uren zoek bij antiquariaat van den Tol in Dordrecht; achter in het hok waar de boeken nog niet geprijsd waren. Dus vers boekenvoer uit 1600 en 1700. In kringloopwinkels kom ik nooit. Meestal komen ze zelf vanuit een kringloopwinkel naar mij toe.

Ik kan hier verder nog aan toevoegen dat de markt van oude boeken redelijk stabiel blijft op het gebied van topografie, manuscripten, boeken met handingekleurde gravures et cetera. Alleen theologische boeken, die komen steeds meer en meer op de markt. Desbetreffende antiquariaten staan stampvol met dit soort boeken en de kopers worden minder. Deze markt lijkt verzadigd. Naar mijn oordeel moet de prijs naar meer dan de helft zakken zoals dat  terecht gebeurt op de veilingen van Burgersdijk en Niermans, Van Stockum en Bubb Kuyper.

https://www.hebban.nl/artikelen/de-week-van-het-oude-boek-een-terugblik